homepage

about/ office/ contact

projects / unsolicited

lectures/ essays / books

ZJA projects

michelheesen.nl

Appels op Zuid

Veel naoorlogse wijken hebben een ruime opzet met veel groen en grote aaneengesloten openbare of collectieve ruimten. In binnensteden is het gebrek aan groen nog wel eens problematisch, in naoorlogse wijken groeit het groen overvloedig. Problematisch zijn daar het beheer en het gebrek aan betrokkenheid van bewoners bij hun omgeving. Het gevolg is dat portieken worden dichtgezet, collectieve binnentuinen worden afgesloten en parken worden ingericht met ‘onderhoudsvrij groen’ en ‘hufterproof meubilair’

De openbare ruimte is bij uitstek geschikt om bewoners te betrekken bij hun stad en hun medebewoners. Niet alleen als ruimte bij uitstek voor ontmoeting en discussie, maar ook omdat de openbare ruimte het eigen belang overstijgt.

'Appels op Zuid' wil de stedeling nauwer betrekken bij zijn woonomgeving en zijn medebewoners door kleine veranderingen met grote gevolgen. Wij zijn voorstanders van spontaniteit, van het niet volledig en in detail voorkauwen en voorprogrammeren van een gebeurtenis. Juist door vrijheden te bieden ontstaan nieuwe kansen. Wij stellen een aantal maatregelen voor, die direct toepasbaar zijn in het stadsgroen:

1. Appels op Zuid: realisatie van een appelboomgaard in een bestaand park. Deze ingreep staat aan de basis van een veelvoud aan initiatieven die leiden tot extra betrokkenheid bij het park. De aanwezigheid van de appels van eigen grond wordt eens per jaar gevierd tijdens oogstfeest ‘Appels Op Zuid’. Buurtbewoners
strijden om de wisselbeker voor de beste recepten met appel en proeven elkaars bakkunsten onder het genot van een glas appelsap. Tot enkele weken na het oogstfeest is deze felbegeerde appelsap verkrijgbaar in de buurtwinkels.

2. ‘Guerrilla flowers’ staat op de zakjes met bloemzaad die buurtbewoners zonder tuin krijgen uitgereikt. Zij kiezen zelf waar ze het zaad strooien: in de boomspiegel onder de bomen in de straat, op een afgelegen plekje in het nabijgelegen stadspark, in een terra cotta potje bij het portiek of op het zand van een naastgelegen bouwplaats of braakliggend terrein. In het voorjaar schieten links en rechts in de wijk, op onverwachte plekken bloemen uit de grond. Bloemen die de bewoners zelf hebben gezaaid.

3. Kerstbomenparkeerplaats. ,,Doe er maar een met kluit’’. Wij dromen er ook van: Een kerstboom die na de feestdagen voortleeft in de tuin. Maar ja, welke tuin? Wie geen tuin heeft kan voortaan zijn naaldboom stallen op de kerstbomenparkeerplaats van het nabijgelegen park. Daar zal blijken of de boom de winter overleeft en of de buurman inderdaad gelijk had met zijn bewering dat zijn dure Zweedse boom het langer volhoudt dan jouw boompje gekocht op de hoek. De ballen kunnen gewoon blijven hangen.

4. Vakantieplantenasiel. Toen wij naar de basisschool ging, stonden de klaslokalen vol met onooglijke planten. Vlak voor de zomervakantie kreeg iedere leerling een verpieterde ficus, zompige cactus of verbruinde papyrusplant mee naar huis met de bedoeling goed voor het groen te zorgen. Eenmaal thuis van enkele weken op de camping in Frankrijk of bij familie in Marokko bleek de plant het loodje te hebben gelegd. De eerste schooldag na de zomervakantie zagen de vensterbanken van het klaslokaal er dan ook geheel anders uit: niet leeg, maar voorzien van de prachtigste planten. Splinternieuw. Maar wat als iemand zich best zou willen ontfermen over zulke planten maar geen tuin heeft en nooit wordt gebeld met die ene vraag: ,,Eh, ik weet dat het een beetje kort dag is, maar kunt u misschien...’’ Voor die mensen is er het vakantieplantenasiel, dat ook uitkomst biedt wanneer een buurtbewoner niemand heeft om te bellen. Ststistieken tonen de groei per plantensoort. Praten tegen de planten toegestaan.

5. Wilhelminapepermuntthee. In Nederland bestaat een groot gebrek aan openbare ruimte waarin kinderen kunnen spelen: de Jantje Beton/NUSO-norm stelt dat in Nederland zo’n 35.000 hectare speeltuin benodigd is, waarvan nu slechts de helft beschikbaar is. Een deel van de oplossing ligt in het buiten schooltijd openstellen van schoolpleinen. Maar waarom niet ook bestaande parken beter benutten? Twee bestaande kenmerken van parken zijn: de aanwezigheid van planten en bejaarden. De senioren leren de basisscholieren de geheimen van verschillende kruiden, de scholieren merken dat muntthee en pepermunt niet in de winkel ontstaan en raken vertrouwd met het park in hun buurt.

Pubic green intervention in post-war Rotterdam-Zuid

Strategy for public green, presentating five initiatives for interventions in an existing park, with the participation of inhabitants:

3. Kertbomenparkeerplaats: ,,Doe er maar een met kluit’’. Wij dromen er ook van: Een kerstboom die na de feestdagen voortleeft in de tuin. Maar ja, welke tuin? Wie geen tuin heeft kan voortaan zijn naaldboom stallen op de kerstbomenparkeerplaats van het nabijgelegen park. Daar zal blijken of de boom de winter overleeft en of de buurman inderdaad gelijk had met zijn bewering dat zijn dure Zweedse boom het langer volhoudt dan jouw boompje gekocht op de hoek. De ballen kunnen gewoon blijven hangen.''